Hersteller
Pieter I Claeissens (schilder)Periode und Datierung
16de eeuw"De zeven wonderen van Brugge" toont zeven bekende gebouwen van de stad te midden van ruïnes. De Waterhalle staat centraal, gevolgd door de Onze-Lieve-Vrouwekerk en het Belfort. Andere gebouwen, zoals Huis de Zeven Torens, de Poortersloge en het Oosterlingenhuis, worden ook afgebeeld. Kleine figuren zijn te zien die bezig zijn met ambachten en zich verzamelen rond marskramers en kwakzalvers. Het schilderij wordt vergeleken met een beschrijving van Lodovico Guicciardini van Vlaamse steden, waarin hij de nadruk legt op een goede watervoorziening, een centrale overslagplaats voor goederen en faciliteiten voor handelaars. Ondanks de ruïnes worden de gebouwen in het schilderij in hun pracht en praal getoond, wat mogelijk bedoeld is om de historische grootsheid van Brugge te benadrukken. Een interessant aspect van het werk is de aanwezigheid van een kluizenaar in een van de ruïnes, terwijl mensen om hem heen bezig zijn met kwakzalverij. Dit kan verwijzen naar de dwaasheid van sommige inwoners van Brugge. Het schilderij wordt toegeschreven aan Pieter I Claeissens en is hoogstwaarschijnlijk gemaakt voor een humanistische opdrachtgever. Hoewel het schilderij al uitgebreid is geanalyseerd, wordt gesuggereerd dat een grondige bestudering van de afgebeelde ambachten en beroepen mogelijk nog meer verborgen betekenissen kan onthullen. Gebaseerd op "Anne van Oosterwijk, De zeven wonderen van Brugge. In: Vergeten meesters : Pieter Pourbus en de Brugse schilderkunst van 1525 tot 1625. Brugge: Snoeck, 2017. p. 150–151."